Reumapatientenbond

Resistentie tegen anti-reumatica

Op 12 december 2008 is arts-onderzoeker J.W. van der Heijden aan de Vrije Universiteit gepromoveerd op onderzoek naar resistentie tegen anti-reumatica.

Patiënten met reumatoïde artritis (RA) worden langdurig behandeld met ontstekingsremmende medicijnen (anti-reumatica). Helaas worden veel patiënten in de loop van de behandeling resistent tegen deze medicijnen. Resistentie tegen antibiotica bij infectieziekten en resistentie tegen cytostatica bij kanker zijn bekende fenomenen en daar is veel onderzoek naar gedaan; naar resistentie tegen anti-reumatica is echter nog relatief weinig onderzoek verricht.


Joost van der Heijden zocht naar de mechanismen van resistentie tegen anti-reumatica in ontstekingscellen van RA-patiënten. Zijn studies hebben een specifiek pomp-eiwit (BCRP) aangetoond op de celmembraan van ontstekingscellen van RA-patiënten. Dit eiwit pompt verschillende anti-reumatica direct na opname in de ontstekingscel weer naar buiten, voordat ze hun ontstekingsremmende effect hebben kunnen uitvoeren. Het vóórkomen van dit eiwit bij RA-patiënten bleek geassocieerd te zijn met een verminderde werking van de foliumzuur-antagonist methotrexaat, het meest voorgeschreven anti-reumaticum.


Naast het onderzoek naar resistentie-mechanismen heeft Van der Heijden ook de ontstekingsremmende werking onderzocht van nieuwe generatie foliumzuur-antagonisten, die ontworpen zijn om bekende mechanismen van methotrexaat-resistentie te omzeilen. Uit deze groep werden nieuwe medicijnen geselecteerd met een zeer goede ontstekingsremmende werking. Een van deze middelen wordt selectief opgenomen via de folaat-receptor (type beta), een receptor die exclusief voorkomt op geactiveerde macrofagen in gewrichten van RA-patiënten. Met een dergelijk geneesmiddel is het mogelijk om specifiek en selectief de ziekmakende ontstekingscellen aan te pakken, terwijl de functie van gezonde cellen en organen intact blijft. Het onderzoek naar deze nieuwe geneesmiddelen is nog in een experimentele (laboratorium) fase; er worden dus op dit moment nog geen patiënten mee behandeld.

5 januari 2009